Children's Psychodrama Puppets

puppets

Psychodrama is een psychotherapiemethode die cliënten helpt door middel van het uitbeelden van situaties in een individuele, familie- en groepssetting in plaats van er enkel over te praten. Scènes uit het verleden, heden en de toekomst, imaginair of reëel, krijgen een emotionele intensiteit door ze in het hier en nu uit te beelden.

Het actiesociogram is een psychodramatische methode die steunt op de ideeën van psychodrama-pionier Moreno i.v.m. het sociaal atoom. Moreno zag het sociaal atoom als 'de figuur of het diagram die de kleinste kern van individuen aangeeft met wie de persoon een significante positieve en/of negatieve relatie heeft' (Moreno, 1934). Het actiesociogram is een actiegerichte uitwerking van het sociaal atoom.

Verhofstadt-Denève (2003) ontwierp een semi-gestructureerd protocol voor de psychodramatische toepassing van het actiesociogram bij adolescenten en jonge volwassenen. Hierbij werden stoelen of kussens gebruikt als symbolisering van de belangrijke anderen (gezinsleden, familie, vrienden,...). De theoretische achtergrond is in hoofdzaak gesteund op het fenomenologisch-dialectisch persoonsmodel v an Verhofstadt-Denève (2001).

In het kader van haar licentiaatsverhandeling ontwikkelde Mariska samen met een collega-student, Denis Helskens, een protocol voor de toepassing van het actiesociogram bij kinderen (Verhofstadt-Denève, Dillen, Helskens & Siongers, 2004). Hierbij wordt gebruik gemaakt van popjes als symbolisering van de belangrijke anderen. Bij aanvang zijn de popjes naakt, zonder haar en mond. Het kind en de therapeut kleden elk een popje aan voor zichzelf. Vanaf dan wordt er enkel via de popjes gesproken, dit maakt het allemaal wat speelser en minder confronterend.

Vervolgens stelt het kind alle personen die voor hem belangrijk zijn, voor door middel van een popje dat op een tapijt wordt geplaatst, het kind kiest hierbij zelf de afstand tussen de popjes. Het kind kan eveneens dieren of fantasiefiguren toevoegen aan zijn sociaal atoom, aangezien deze vaak deel uitmaken van de realiteit van het kind.

Door middel van gesprekjes met de verschillende popjes, worden de huidige relaties tussen de verschillende personen geëxploreerd. Zo krijgen we een beeld van het zelfbeeld van het kind, hoe hij over de anderen denkt (alter-beeld. Vb.: "Papa, word jij snel boos?") en welk beeld hij denkt dat anderen over hem hebben (meta-zelf. Vb.: "Mama, vertel eens, heb jij een brave zoon? ") Tijdens deze gesprekjes wordt het kind haast automatisch de persoon van wie hij het popje vastneemt. Kinderen passen spontaan hun intonatie, stemvolume, zinsbouw en gedrag aan.

In een volgende sessie kan dan de door het kind gewenste situatie geëxploreerd worden, waarna er gezocht kan worden naar eventuele aanpassingsmogelijkheden ("Wat zouden jullie kunnen doen om dit te bereiken?"). In volgende sessies kunnen deze aanpassingsmogelijkheden met de popjes ingeoefend worden. Vb: Een jongen van 9 stelt tijdens de eerste 2 sessies vast dat hij minder snel agressief zou worden indien hij zou zeggen hoe hij zich voelt. In de volgende sessies worden recente situaties die leidden tot een agressieve handeling met de popjes nagespeeld en vervolgens wordt het alternatieve verloop van de situatie, waarbij de jongen zijn emoties uitspreekt, ingeoefend. De jongen wordt dan gevraagd om thuis te oefenen en in volgende sessies worden zijn pogingen nagespeeld en eventueel bijgestuurd.

Deze methode is ook erg geschikt om bepaalde thema's die centraal staan in het leven van het kind uit te diepen (Vb. verlies van een dierbare).

puppets

Voor info over opleidingen en workshops omtrent deze methode:
www.cpdpuppets.be

Moreno, J.L. (1934). Who shall survive? A new approach to the problem of human interrelations. Washington DC: Nervous and Mental Disease Publishing.

Verhofstadt-Denève, L. (2001). Zelfreflectie en persoonsontwikkeling. Handboek Ontwikkelingsgerichte Psychotherapie. Leuven, Amersfoort: Acco, 384 pp. (derde volledig herziene en vermeerderde uitgave).

Verhofstadt-Denève, L. (2003). The psychodramatical "social atom method": Dialogical self in dialectical action. Journal of Constructivist Psychology, 16, 183-212.

Verhofstadt-Denève, L.; Dillen, L.; Helskens, D.; Siongers, M. (2004). The psychodramatical "social atom method" with children: A developing dialogical self in dialectic action (pp. 152-170). In: Hermans, H. & Dimaggio, G.: The Dialogical Self in Psychotherapy. Hove East Sussex/ New York: Brunner - Routledge.